pvz header1

Home

Partij voor Zeeland Nieuws

College van Gedeputeerde Staten
Provinciehuis
Abdij 6
4331 BK MIDDELBURG

Oostburg, 28 januari 2021,

 

Geacht College,

Betreft schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), aangaande: ,,Sleper beschermt windmolens op zee tegen schepen.” (PZC d.d. 13-01-2021).

 

Toelichting

In het betreffende artikel lezen wij: ,,Een speciale sleper moet de windmolens voor de Zeeuwse kust beschermen tegen aanvaringen. Het vaartuig ligt sinds kort permanent op een strategische positie vlakbij windpark Borssele, dat sinds vorig jaar in gebruik is.

De inzet van de Alp Ace bij het windpark is een tijdelijke oplossing. Het verwervingsproces voor het permanente vaartuig die de taken de komende tien jaar zal vervullen, loopt nog.”

Dat roept bij de Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) een aantal vragen op.

 

Vragen

  1. De Alp Ace fungeert sinds 1 januari als ‘noodhulpsleper’ staat in het artikel. Graag vernemen wij van uw college of de veiligheid voor 1 januari jl. dan wel afdoende was gewaarborgd? Zo nee, willen wij weten wie daarvoor verantwoordelijk was/waren en wie er dan aan de bel getrokken heeft?

  2. Kan uw college helderheid verschaffen of het windpark Borssele ook blinde vlekken op de radar van schepen kan veroorzaken, wat tot bijkomende veiligheidsproblematiek kan leiden?

  3. Kan uw college inzicht verschaffen in de kosten die gemoeid gaan met de genoemde inzet van die tijdelijke ‘noodhulpsleper’ (24 uur per dag) en welk bedrag aan investering er wordt uitgetrokken voor het toekomstige permanente vaartuig met bemanning dat de taken de komende tien jaar zal vervullen en hoe hoog de vervolgkosten na die tien jaar worden geraamd?

  4. De sleper wordt ook ingezet voor andere taken van de Kustwacht, zoals zoek- en reddingsacties lezen wij. Kan uw college aangeven hoe de veiligheid, in afwezigheid van de sleper ten tijde van een andere inzet, gewaarborgd wordt; m.a.w. is er in een back-up voorzien?

  5. In het betreffende artikel lezen wij verder, dat op dat deel van de Noordzee veel scheepvaartverkeer is, vooral vanwege de nabijgelegen havens van Antwerpen, Rotterdam en Vlissingen. Is uw college met de Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) van mening, dat het windpark (Borssele) dan eigenlijk op een onverantwoorde locatie is gebouwd? Zo nee, waarom niet?

 

In afwachting van uw beantwoording, verblijven wij,

Hoogachtend,

Statenfractie PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ),

François Babijn, Fractievoorzitter

College van Gedeputeerde Staten 
Provinciehuis
Abdij 6
4331 BK MIDDELBURG

Oostburg, 27 januari 2021,

Geacht College,

Betreft schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), aangaande ‘Project Waterdunen’.

 

Toelichting

Provinciale Staten is het hoogste bestuursorgaan binnen de provincie Zeeland. Statenleden hebben o.a. een controlerende taak te vervullen. Om die taak adequaat te kunnen vervullen dienen Statenleden, naar de mening van de Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), per omgaande te kunnen beschikken over alle relevante informatie.

Daarom vinden wij het onacceptabel, dat uw college het eind vorig jaar uitgebrachte rapport van Royal Haskoning aangaande de waterveiligheid van Waterdunen, niet met Provinciale Staten wenst te delen; zelfs niet vertrouwelijk!

Daarenboven roept de beantwoording door uw college per 19 januari 2021 jl. van onze vragen van 21 december 2020 wederom vragen op. Met telkens weer als belangrijkste kernvraag, of de veiligheid in en om Waterdunen momenteel gewaarborgd is!

 

Vragen

  1. (a) De Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) wil klip en klaar van uw college vernemen of de veiligheid in en om Waterdunen momenteel gewaarborgd is en aan de wettelijke eisen voldoet?

    (b) Zo ja, voor hoeveel jaar onze veiligheid dan gewaarborgd is?

    (c) Zo nee, waarom onze veiligheid niet gewaarborgd is en wat u dan per omgaande gaat ondernemen om de veiligheid wel te kunnen waarborgen, wat dan de totale kostenraming is en tot slot wie er dan verantwoordelijk is/zijn als het nu als gevolg van een (super)storm onverhoopt mis zou gaan?

  2. Is uw college inmiddels bereid om het rapport van Royal Haskoning met Provinciale Staten te delen? Zo nee, dan willen wij een uitgebreide motivatie van uw college ontvangen, waarom niet? Begrijpt uw college dat de Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) zich in deze ernstig belemmerd voelt in haar functioneren?

  3. Betreffende de 200 jaar voorspiegelde veiligheid van de primaire waterkering ter hoogte van Waterdunen, wil onze Statenfractie naar aanleiding van uw beantwoording van onze vorige vragen een aantal rekensommen aan u voorleggen, waarvan wij van uw college de uitkomst willen ontvangen.
    Eerste rekensom: 200 jaar veiligheid minus zeespiegelrijzing = …?... jaar veiligheid.
    Tweede rekensom: 200 jaar veiligheid minus zeespiegelrijzing minus inlaatduiker die als zwakste schakel slechts tot circa 2073 veiligheid kan waarborgen mits die wordt aangepast/gerepareerd = …?... jaar veiligheid.

  4. De beantwoording door uw college van onze vraag aangaande de garantietermijn van de regionale waterkering (binnendijk) ter hoogte van Waterdunen is naar onze mening erg algemeen. Daarom zullen wij deze vraag herformuleren. Diverse excursies ter plaatse roepen bij onze Statenfractie de vraag op of er ter hoogte van Waterdunen überhaupt wel sprake is van een SLUITENDE regionale waterkering waar geen huizen of vakantieparken binnen vallen. Daarom vragen wij uw college om een bevestiging dat ter plaatse een sluitende regionale waterkering borg staat voor de veiligheid, indien de primaire waterkering (zeedijk met inlaatduiker) het onverhoopt zou begeven en willen wij van uw college exact weten hoe die loopt en voor hoeveel jaar veiligheid die regionale waterkering (binnendijk) ter hoogte van Waterdunen borg staat?

  5. Verder lezen wij in uw beantwoording dat Stichting het Zeeuwse Landschap een uitgebreider onthaalgebouw en speelnatuur gaan ontwikkelen. Wij concluderen dat Molecaten dus niet meer gaat investeren in een onthaalgebouw en speelnatuur. Daarom willen wij van uw college weten welk bedrag Molecaten tot op heden geïnvesteerd heeft in het ‘project Waterdunen’ en welk bedrag zij nog gaan investeren in het project, los van de “toekomstige investering” in hun ‘eigen onderdelen’ zoals een duincamping en huisjes?

  6. Vanwege het feit dat het project Waterdunen volgens planning in 2015 turn-key opgeleverd had moeten zijn en het nu 2021 is (zonder zicht op afronding), wil de Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) van uw college het totaalbedrag aan inkomstenderving tot op heden vernemen.

 

In afwachting van uw beantwoording, verblijven wij,

Hoogachtend,

Statenfractie PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ),

François Babijn, Fractievoorzitter

 

Wisselpolders en oppolderen zijn gewoon termen die synoniem staan voor ‘ONTPOLDEREN’; niet meer en niet minder!

Ontpolderen in welke vorm dan ook is kapitaalvernietiging, draagt niet bij aan de kustveiligheid en kan alleen tot stand gebracht worden d.m.v. onteigening.

Ontpolderen van Zeeuwse kleigronden die door onze voorouders met bloed, zweet en tranen gewonnen zijn op de zee, is en blijft onacceptabel, onbegrijpelijk en on-Zeeuws!

Dat wordt ook tot uitdrukking gebracht in ons Zeeuws-Vlaams Volkslied:

Waar eens ‘t gekrijs der meeuwen, verstierf aan ‘t eenzaam strand.
Daar schiepen zich de Zeeuwen, uit schor en slik hun land.
En kwam de stormwind woeden, hen dreigend met verderf.
Dan keerden zij de vloeden, van ‘t pas gewonnen erf.

 

PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ)
François Babijn, Fractievoorzitter

Lees hier het PZC artikel

College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDDELBURG

Oostburg, 21 december 2020,

Geacht College,

Betreft schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), aangaande ‘Project Waterdunen’.

 

Toelichting

Hierna volgen de vragen die wij tijdens de Statenvergadering van 18 december jl. hebben aangekondigd.

Vragen

  1. In de stukken staat: ,,Waterdunen is nooit een project geweest waarvan tevoren exact was beschreven wat er opgeleverd ging worden. In die zin heeft het project, in tegenstelling tot reguliere projecten, gaandeweg in samenwerking met de partners steeds meer vorm gekregen”.
    Is het niet zo dat er een overeenkomst is gesloten tussen de projectpartners waarin exact is vastgelegd hoe ‘Project Waterdunen’ ingevuld zou worden, maar dat er in latere stadia opeenvolgende versoberingen dienden te worden doorgevoerd vanwege de enorme financiële tegenvallers?

  2. (a) Bij aanvang van het ‘Project Waterdunen’ maakte de veiligheid op lange termijn een belangrijk onderdeel uit van het geheel; waarom maakt dit nu geen onderdeel meer uit van de scope?

    (b) Voorziet de Provincie Zeeland en haar projectpartners op dat gebied grote financiële tegenvallers en willen zij niet dat die ten laste komen van het ‘Project Waterdunen’?

  3. (a) De in samenhang met ‘Project Waterdunen’ gerealiseerde primaire waterkering zou voor 200 jaar veiligheid gaan zorgen. Inmiddels staat er in diverse stukken een sterretje achter die 200* jaar en lezen we in de toelichting dat die 200 jaar niet langer gegarandeerd kan worden vanwege de zeespiegelrijzing.
    Waarom is er destijds bij de vaststelling van die normering geen rekening gehouden met de zeespiegelrijzing?

    (b) Wat wij ook missen in deze (i.v.m. diezelfde zeespiegelrijzing) is de garantietermijn van de regionale waterkering, de dijk die het achterland tegen verzilting/overstroming moet beschermen.
    Voor hoeveel jaar dijkveiligheid staat de regionale waterkering borg ter hoogte van het ‘Project Waterdunen’?

    (c) Zijn er consequenties m.b.t. de ‘waterveiligheid’ te voorzien die een afronding/oplevering van het ‘Project Waterdunen’ in de weg staan of die mogelijkerwijs weer voor vertraging kunnen zorgen, en zo ja, welk bedrag is daar dan mee gemoeid?

    (d) Om reden van het feit dat de sterkte van een waterkering afhangt van haar ‘zwakste schakel’, willen wij van uw college vernemen voor hoeveel jaar veiligheid de inlaatduiker borg staat.

    (e) Hoe verhoudt zich de veiligheid (primaire en secundaire waterkering) van het dijkvak Waterdunen inclusief inlaatduiker t.o.v. andere dijkvakken van de Zeeuws-Vlaamse kust?

  4. Uw college gaf tijdens de Statenvergadering aan achter alle conclusies in het vertrouwelijke rapport te staan. Kan uw college aangeven of daar financiële consequenties aan verbonden zijn, en zo ja voor welk bedrag, en wie in dat geval de rekening gepresenteerd krijgt

  5. (a) In de stukken staat dat de Provincie Zeeland m.b.t. de openstelling van de getijdenduiker, de inlaatkreek en de zandvang nu nog risicodrager is. Kan uw college aangeven voor welke periode en voor welk totaalbedrag? Zo nee, waarom niet? (N.B. Stel dat bijvoorbeeld het sediment in de zandvang chemisch belast zou blijken te zijn, dan kunnen de verwijderingskosten al snel uit de hand lopen.)

    (b) Tevens vernemen wij graag van uw college waarom de Provincie Zeeland risicodrager is voor de openstelling van de getijdenduiker en waarom dat risico niet tot de verantwoordelijkheid van het Waterschap Scheldestromen gerekend mag worden?

  6. Voor wat betreft het entreegebouw lezen wij: ,,Naast de scope van de provincie en de eventuele entreevoorziening, heeft Molecaten verklaard een informatiecentrum in het oude gemaal te realiseren en, indien het entreegebouw niet doorgaat, de speelnatuur zelf uit te voeren”.
    Tijdens één van de voor Provinciale Staten georganiseerde excursies is de bus gestopt op een locatie waar Molecaten het onthaalgebouw inclusief speelnatuur zou gaan realiseren; de woordvoerder namens Molecaten bevestigde dat destijds! Betreft het hier wederom een mogelijke versobering en is het naar de mening van uw college nog wel zinvol om dergelijke excursies te organiseren als de scope van project steeds blijft wijzigen en versoberingen aan de orde van de dag zijn?

  7. In de Statenvergadering kwam naar voren dat uw college geen opleverdatum meer durft te noemen voor ‘Project Waterdunen’.
    Gelooft uw college nog wel in de complete realisatie van het ‘Project Waterdunen’, of hoopt uw college alleen nog maar?

 

In afwachting van uw beantwoording, verblijven wij,

Hoogachtend,

 

Statenfractie PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ),

 

François Babijn, Fractievoorzitter

 

pdf Antwoorden op art 44. vragen over Waterdunen 21 december 2020 (106 KB)

vrijdag 18 december 2020 17:29

PERSBERICHT d.d. 18-12-2020

Vanaf heden zijn de heren Eelco van Hoecke en Xander Eversdijk toegetreden tot de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ).

Beide heren hebben het initiatief genomen om toenadering te zoeken tot onze partij. Ze waren op zoek naar een stabiele basis die aansluit bij hun gedachtengoed en vanuit die basis willen zij het ‘algemeen belang’ verder blijven dienen.
Een bijkomend argument was dat zij op deze wijze een verdere versnippering binnen Provinciale Staten wilden tegengaan.

Wij wensen Eelco en Xander veel succes toe!

Statenfractie Partij voor Zeeland

François Babijn (Fractievoorzitter) 
Tel. : 0117 452945
E-mail : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Bestuur Partij voor Zeeland

Marien Weststrate (Voorzitter)

 

College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDDELBURG

Oostburg, 30 november 2020,

Geacht College, 

Betreft schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), n.a.v. ‘Informatiesessie voor PS met verkenner van de samenwerking tussen GGD Zeeland, VRZ en RUD Zeeland’ d.d. 26-11-2020 jl..

Toelichting

Tijdens genoemde informatiesessie zijn niet al onze vragen van een antwoord voorzien, daarom volgen hierna nog enkele vragen.

 

Vragen

  1. Met name de GGD dient goed bereikbaar te zijn met het OV, daarom willen wij van uw college vernemen waar de beoogde nieuwbouwlocatie is voorzien en of er al een optie is genomen op die nieuwbouwlocatie in Goes?
  2. Ook zijn wij benieuwd naar de reden waarom er door de GGD gekozen is voor nieuwbouw en niet voor renovatie van het gebouw op de huidige bestaande locatie, een locatie die uitstekend bereikbaar is met het OV en met een ondergrondse parking om de hoek. Daarom willen wij van uw college graag het rapport ontvangen dat hieraan ten grondslag ligt.
  3. (a) De Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) is fel tegenstander van wederom het vertrek van een overheidsdienst uit Zeeuws-Vlaanderen. Wat is de mening van uw college over het feit dat bij een samengaan van deze drie organisaties de RUD definitief vertrekt uit Zeeuws-Vlaanderen?
    (b) Wordt er momenteel reeds gekeken naar hoe dat vertrek mogelijk gecompenseerd kan worden?
    (c) Zo nee, waarom niet?
  4. (a) De VRZ heeft nog niet zo lang geleden geïnvesteerd in een vestiging te Middelburg, is uw college met ons van mening dat bij een vertrek naar Goes dit een enorme desinvestering met gemeenschapsgeld betreft?
    (b) Zo nee, waarom niet?
  5. Er wordt gesproken over synergievoordelen bij een samengaan van deze drie organisaties. Kan uw college een gedetailleerde samenvatting geven waar die uit gaan bestaan, en welk totaalbedrag daar mee gemoeid is?
  6. Deelt uw college onze zorgen dat een mogelijk samengaan ook aanleiding kan geven tot meerkosten en problemen door zogenaamde “cultuurverschillen”?
  7. (a) Is er onderzoek geweest binnen deze organisaties, naar hoe de werknemers tegen een mogelijke fusie aankijken?
    (b) Zo nee, waarom niet?
  8. Met betrekking tot mogelijke financiële tegenvallers (meerkosten) willen wij van uw college weten of de ICT-systemen van betrokken organisaties compatible zijn of niet, en zo nee, welk bedrag daarvoor wordt uitgetrokken?
  9. Ook willen wij van uw college een reactie op de vraag waarom betreffende organisaties in deze tijd, waar blijkt dat er probleemloos digitaal op afstand kan worden samengewerkt (wat waarschijnlijk ook de toekomst zal zijn), er zo nodig een samenwerkingsverband op een nieuwbouwlocatie wordt nagestreefd? Graag uw uitgebreide toelichting.
  10. Tot slot vernemen wij graag van uw college in hoeverre de besluitvorming over een mogelijk samengaan van de GGD de VRZ en de RUD bij het Provinciebestuur ligt, dit om reden van het feit dat wij geen zeggenschap hebben over alle drie deze betrokken organisaties?

 

 

In afwachting van uw beantwoording, verblijven wij,

Hoogachtend, 

Statenfractie PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ),

François Babijn (Fractievoorzitter)

Provincie Zeeland logo
osf logo
waterschap scheldetromen

Nieuwsbrief

Aanmelden of afmelden

Ontvang onze nieuwsbrief
Ik ga akkoord met Gebruiksvoorwaarden en de Privacy beleid
U ontvangt na uw inschrijving een mailbericht om uw inschrijving te bevestigen

Actueel

Partij voor Zeeland

Partij voor Zeeland

Contact

Bestuur

Lid worden